De geschiedenis van het vervoer over water

Ondanks de inrichtingen die het verkeer op de Dordogne moeten vergemakkelijken, zoals de aanleg van het kanaal van Lalinde dat in 1846 in gebruik genomen wordt, leidt het spoorverkeer geleidelijk aan tot een gevoelige vermindering van het rivierverkeer (69 schepen in 1897). In 1852 komt het spoor in Libourne toe. Met het spoor als concurrent zet het verval zich onomkeerbaar verder. De trein verbindt Bergerac met Bordeau in 1872. Sarlat ontdekt de trein in 1882, de rest van de stroomopwaarts gelegen vallei volgt wat later. Gedaan met het scheepvaartverkeer op de boven- en midden-Dordogne. Des te meer omdat in 1878 de wijngaarden van Domme, Castelnaud, Daglan en Saint-Cybranet door de wijngaardluis verwoest worden. Sommige binnenschippers rusten hun aken met motoren uit. Anderen zetten hun activiteiten verder en specialiseren zich in het uitgraven van grind in de rivier. Op de beneden-Dordogne wordt er tot in de jaren 40 verder gevaren.

train-vapeurDe binnenschippers van vroeger zouden de huidige Dordogne niet meer herkennen na de bouw, in de 20e eeuw, van de dammen van Marèges (tussen 1930 en 1936), Bort-les-Orgues (1942-1952), Aigle (1935-1948), Chastang (1942-1952) en Sablier (1951-1958). Deze bouwwerken temmen de rivier en zorgen ervoor dat deze niet zomaar buiten zijn oevers treedt… zoals bij de uitzonderlijke overstroming van 1783 die zo hevig was dat de brug van Bergerac vernield werd!

Nu vervoeren er enkele aken toeristen op de Dordognerivier (vijf op de dammen van de boven-Dordogne, een tiental tussen la Roque-Gageac en Sainte-Foye-la-Grande). De boten worden ter plaatse gebouwd, op initiatief van enkele plaatselijke verenigingen door scheepstimmerlui of op de scheepswerven in Gujan-Mestras (Gironde) die zich in deze scheepsbouw gespecialiseerd hebben.