De bloei van de binnenscheepvaart

Vanaf de 18e eeuw komt de binnenscheepvaart rond Argentat op de boven-Dordogne tot grote bloei. In deze heel bosrijke omgeving wordt het hout naar de oevers gebracht, in stukken gezaagd en in het water gelegd, daarna stroomt het al drijvend de rivier af. Het vlottende hout dat in Argentat of Souillac opgevist wordt, wordt daarna in boten vervoerd tot in de streek van Libourne en Bordeaux. Vanaf Souillac wordt het varen gemakkelijker door de kleinere niveauverschillen. De rivier werd een “handelsrivier” toen de waterstand hoog genoeg was om schepen te laten varen.

De bevaarbare Dordogne is in drie delen onderverdeeld:
  • De boven-Dordogne (stroomopwaarts van Souillac) is vaak een dun ingebed stroompje met sterke hellingen. Varen is alleen mogelijk in de lente en in de winter wanneer het water hoog genoeg staat, gemiddeld 30 dagen per jaar. In de zomer staat het water te laag (met een diepgang van slechts een dertigtal centimeter) en in de winter is de stroming te sterk.
  • De midden-Dordogne (stroomafwaarts van Souillac) is 6 tot 8 maanden bevaarbaar.
  • De beneden-Dordogne (stroomafwaarts van Castillon) is doorlopend bevaarbaar.
De botenbouwers houden met deze omstandigheden rekening. Daarom maken ze aken, lange boten met platte bodems waarbij ze esp, els of berk gebruiken. De langzagers, die door deze bouwers in dienst genomen worden, zagen de bomen om en maken er planken van in moeilijke omstandigheden. Ze werken vaak op steile hellingen en in het woud weerklinkt hun gezang.

Deze argentats zijn enkel gemaakt om de rivier af te varen. Bij hun aankomst worden ze vernield en in planken gezaagd: hout dat dient voor de verwarming en aan lage prijzen verkocht wordt. De schippers gaan te voet terug langs de rivier.

Deze boten, die “argentats” genoemd worden, worden stroomopwaarts van Argentat gebouwd, in Spontour, Saint-Projet en Nauzenac. Men onderscheidt de gaberot (of gabarrot), het kleinste model, de courpet met een lengte van 8 tot 12 meter, de coujadour tot 16 meter lang uit eik met verhoogde randen en de nau, het grootste model dat een twintigtal meter lang en 4,50 meter breed kan worden, 30 ton goederen kan vervoeren en een zevenkoppige bemanning vereist. De smalle en gestroomlijnde filadière is nuttig in de streek van Libourne om te vissen in de rivier en ladingen te vervoeren.